Geef afscheid in organisaties de plek die het verdient. Niet om iets af te sluiten, maar om te erkennen wat er was. Want geen afscheid nemen laat iets open wat niet af is.

Toen Pieter Omtzigt afscheid nam van de politiek, was daar ruimte voor. Ruimte voor woorden, voor terugblik, voor symboliek. Zo’n afscheid markeert iets. Niet alleen voor hemzelf, maar ook voor de mensen met wie hij werkte, en voor de samenleving die hij diende.

Hoe anders ging dat bij oud-Kamerlid Khadija Arib, die in 2022 na 24 jaar de Tweede Kamer verliet ‘met stille trom’. Gekwetst, zonder ritueel, zonder

dankwoord. Wat er precies speelde, blijft vaag. Maar dat het vertrek ongezien bleef, raakte velen.

En dat gebeurt niet alleen in Den Haag. Ook in gewone organisaties, in de zorg, het onderwijs, bij gemeenten en bedrijven, nemen we vaak nauwelijks afscheid van collega’s. Soms omdat het pijnlijk is, soms omdat het ongemakkelijk voelt. Soms gewoon omdat we denken: het hoort erbij, we gaan door.
Maar wat laten we liggen als we dat doen?

Achterblijven met vragen

In mijn werk als rouwcoach spreek ik regelmatig mensen die ‘nog iets voelen’ bij een collega die is vertrokken. Niet per se door het vertrek zelf, maar door het ontbreken van erkenning. Er zijn teamleden die jaren samenwerkten, maar bij het afscheid niet eens wisten dat het iemands laatste dag was. Of leidinggevenden die zonder uitleg of terugblik vertrekken. Collega’s blijven achter met vragen, met gemengde gevoelens, met een open einde.

Afscheid nemen is niet alleen iets wat je doet voor degene die vertrekt. Het is ook, en misschien wel vooral, een moment voor wie blijft. Om stil te staan bij wat is geweest. Bij wat je samen hebt opgebouwd. Bij wat ongemerkt van betekenis was. Of bij wat juist altijd moeilijk is geweest, en toch de moeite waard was om bij stil te staan.

Geen afscheid

Ik weet hoe het voelt om geen afscheid te nemen. Zeven jaar geleden overleed mijn zoon. Ik werkte op dat moment als manager in de zorg. De pijn was allesoverheersend. Ik kon niet meer werken, dus ik stopte als leidinggevende. Maar ik nam geen afscheid van mijn teams. Geen moment van afronding.

Ik verdween plotseling. En kwam drie maanden later terug in een andere rol, binnen dezelfde organisatie. En telkens als ik een oud-teamlid tegenkwam, voelde ik het ergens knagen. Daar had iets gemarkeerd moeten worden. Niet groots, niet formeel. Maar wel bewust. Voor hen en voor mij.

Met de kennis van nu weet ik: geen afscheid nemen laat iets open wat niet af is. Het doet de ander tekort, maar ook jezelf. Het belemmert de overgang. Het maakt dat werkrelaties blijven doorwerken op een manier die niemand bedoelt. De pijn zit in het ontbreken van erkenning. De pleister is eenvoudig: aandacht.

Markeringspunt

Een goed afscheid op het werk is geen sluitpost, maar een markeringspunt. Het hoeft niet ingewikkeld te zijn. Soms is het een gesprek. Een kaart. Een gezamenlijk moment. Een bedankje. Of gewoon: aanwezigheid. Aandacht voor de relatie die eindigt. Niet voor de vorm, maar voor wat er was. En voor wat blijft.

Want hoe we afscheid nemen zegt alles over hoe we met elkaar omgaan. Over wat we belangrijk vinden in ons werk, in ons team, in onze organisatie.

We maken plannen voor nieuwe medewerkers, voor ontwikkeling en instroom.

Maar hoe zit het met uitstromen? Is daar ook een ritueel voor? En wie nodig je dan uit?

Onuitgesproken loyaliteit

Als we afscheid blijven beschouwen als iets dat alleen de vertrekkende aangaat, missen we iets wezenlijks. Dan laten we de mensen die blijven achter met losse eindjes. Of erger nog: met onuitgesproken loyaliteit, boosheid of verdriet.

Daarom mijn pleidooi: geef afscheid de plek die het verdient. Niet om iets af te sluiten, maar om te erkennen wat er was. Want hoe we afscheid nemen, zegt alles over hoe we met elkaar omgaan. En misschien – heel misschien – zit daar wel de ziel van een organisatie.

Uit Leeuwarder Courant 16 mei 2025 | Opinie

Joke Roelfsema, uit Drachten, is rouwcoach en begeleidt organisaties bij verlies, verandering en duurzame inzetbaarheid op het werk.