Er wordt veel gevraagd van zorgverleners. De arbeidsmarkt wordt krapper, patiënten zijn vaak ernstiger ziek op het moment dat zij worden opgenomen en de werkdruk neemt toe. Zorgtechnologie ontwikkelt zich snel en wordt steeds belangrijker.

Maar de emotionele ondersteuning van patiënten, cliënten en bewoners blijft mensenwerk. Waar een diagnose wordt gesteld, een behandeling plaatsvindt of pijn en verdriet zichtbaar worden, staat altijd een mens naast een ander mens: de zorgverlener.

Toch wordt zelden gevraagd wat dat met hen doet. In januari maken we plannen, stellen we doelen en spreken we uit dat het anders moet. Ook in de zorg. Het werk moet vol te houden blijven en uitval moet worden voorkomen. Tegelijkertijd is er weinig aandacht voor de impact van verlies waarmee zorgverleners tijdens hun werk worden geconfronteerd. Zij slikken vaak hun eigen gevoelens in.

De druk neemt toe en zorgverleners maken regelmatig heftige situaties mee. Afscheid van cliënten, verdriet van families en morele dilemma’s die je raken als mens. Zorgen stoppen niet bij het einde van een dienst en soms speelt er ook verlies in de eigen omgeving. Toch gaan medewerkers vaak gewoon door. Er is altijd iemand die zorg nodig heeft en altijd een volgende dienst.

Daardoor staan we zelden stil bij wat al die ervaringen met zorgverleners doen. Waar in andere beroepen ruimte is voor een debriefing of een moment van terugkijken, is doorgaan in de zorg de norm. Veel zorgverleners passen zich aan en slikken gevoelens in, niet omdat zij niets voelen, maar omdat er geen ruimte is om het te delen. Dat oogt krachtig, maar heeft een prijs. Spanningen blijven onder de oppervlakte en veerkracht raakt uitgeput, vaak pas zichtbaar wanneer iemand uitvalt.

 Durven delen

Dit vraagt niet om snelle oplossingen. Verlies en rouw zijn geen problemen die je wegneemt. Wat nodig is, is aandacht en ruimte voor het gesprek met elkaar. Door stil te staan bij wat een situatie met je doet en te luisteren zonder meteen te sturen, ontstaat er begrip voor gedrag, tempo en belastbaarheid.

Als collega’s vaker met elkaar praten over wat hen raakt, worden teams sterker en veerkrachtiger. Door te durven delen wat je raakt, zonder oordeel, ontstaat verbinding. Verlies hoort bij het werk.

Goede voornemens

Wat een organisatie hierin doet, maakt het verschil. Is er ruimte om terug te kijken na een heftige situatie? Wordt er geluisterd naar wat mensen meemaken? Hoe een organisatie hiermee omgaat, bepaalt hoe veilig het voelt om jezelf te zijn op het werk. En dat bepaalt uiteindelijk alles: of mensen blijven, of zij hun werk met toewijding kunnen blijven doen en of zij zich gehoord en gezien voelen.

Als januari de maand is van goede voornemens, laten we er dan één kiezen die écht verschil maakt in de zorg. Niet harder werken, maar ruimte maken om naar elkaar te luisteren.